Love it, hate it

Sinds mijn 18e heb ik een haat-liefdeverhouding met zowel de auto als de trein. Dat is namelijk het moment waarop ik voor mijn studie dagelijks naar Amsterdam moest reizen met de trein én het moment dat ik met rijlessen begon. Voorheen dacht ik dat er trein-mensen en auto-mensen bestonden. Net zoals je katten-mensen hebt (zoals ik) en honden-mensen. Inmiddels ben ik er achter dat ik van allebei een beetje ben (trein en auto-mens dus, níet kat en hond). En dat heeft wel even geduurd. Een jaar of 11 om precies te zijn.loveToen ik besloten had om nooit meer auto te rijden (kom ik later op terug), was de trein mijn allerbeste vriend. Alles deed ik met de trein, vaak in combinatie met de bus. Hoe onhandig het soms ook was, de trein en ik waren onafscheidelijk. Muziekje op, boekje erbij. Lekker ontspannen. En ja, natuurlijk hadden we soms onze mindere momenten. Bijvoorbeeld toen de schoonmakers dagenlang staakten, of toen er een stroomstoring was in Noord-Holland. En tja, die overstap naar Obdam miste ik eigenlijk ook best wel vaak. Toch hield ik vol dat autorijden nergens voor nodig was, ik kwam toch altijd overal?

Want dat autorijden (of eigenlijk het níet autorijden) heeft mij lang bezig gehouden. Het begon al tijdens de rijlessen: mijn instructrice was een hork. Ze was zó erg, dat ik op een gegeven moment gevraagd heb om een andere instructeur. Toen ik geslaagd was, ging het rijden op zich wel. Nog steeds niet met veel plezier, maar ik deed het wel. De grootste klapper kwam toen ik tijdens mijn bijbaantje in Amsterdam in het donker in de file belandde op de Ring. Ik raakte mijn collega voor mij – die wel een TomTom had –  kwijt en tot overmaat van ramp sloeg de motor af (mijn grootste angst). Na een lichte paniekaanval wist ik het bedrijfspand te bereiken. Ik leverde de sleutels in en zei: “haal die R (van rijbewijs) achter mijn naam maar weg. Ik rijd nooit meer”. Ik heb het daarna nog geprobeerd, hoor. Maar na een angsttraining bij de ANWB en rijlessen bij een speciale rijschool voor kneusjes zoals ik, gooide ik alsnog de handdoek in de ring. F*ck it. Dit hoeft van mij niet meer. Doe mij maar de trein.

Ik vond dat niet zo erg, maar vooral de mensen om mij heen hadden er ‘last’ van. Ik was nooit de ‘BOB’ en moest – als er ergens geen OV was – weggebracht/opgehaald worden. In eerste instantie vond ik dat prima. Ik had mijn best gedaan. Maar op een gegeven moment knaagde het toch. En toen zag ik het licht: een automaat (in plaats van een schakelbak) zou voor mij dé oplossing zijn. Geen angst meer voor stoppen bij een verkeerslicht, gewoon ontspannen rijden. Ik zag het helemaal voor me. Conclusie: ik wil een nieuwe auto! Mijn voorstel viel helaas niet direct in goede aarde bij mijn wederhelft.

Want de afgelopen 15 jaar wilde ‘ik’ nog al eens wat. Ik wilde samenwonen. Een huis kopen. Trouwen. Naar Indonesië. En alles gebeurde. Dus toen ik ‘een automaat’ wilde, kon ik rekenen op enig protest. “Ja ho ’s ff. Ik wil al 15 jaar een kind. Volgens mij ben ik nu aan de beurt.” Hoe dat is afgelopen? De kleine jongen werd gisteren 1 jaar. En ik rijd al bijna 1,5 jaar in een automaat. Ik ben stiekem verliefd op allebei.

Ik moet toegeven: kunnen/durven autorijden als je een kind hebt, is verdomd makkelijk. Ook toen de beeb nog onderweg was, bleek het toch wel fijn dat ik gewoon zelf al die praktijkbezoekjes kon afleggen. Met de auto. Maar een Max Verstappen zal ik nooit worden. Ik ben vooral heel stoer als ik de weg ken, of als mijn wederhelft naast mij zit. Maar als ik voor mijn werk weer eens alleen naar Zwolle of Arnhem moet, dan ga ik met de trein. Ook al duurt dat vreselijk lang.

Een paar voor- en nadelen op een rij:

  • in de auto kun je ongegeneerd meezingen met je favoriete nummers (ik heb nog al wat guilty pleasures). In de trein vooral NIET doen. En al helemaal niet als je in een stiltecoupé zit.
  • in de auto heb je niet te maken met te vadsige/vieze/luidruchtige/verkouden mensen die je comfortzone komen binnendringen. Aan de andere kant: mensen kijken in de auto is toch minder boeiend.
  • bij vertraging met de trein kun je nog je benen strekken, iets te eten/drinken/lezen halen (bij ernstige vertraging is er zelfs gratis koffie, yes) of je verwonderen over de paniek/boosheid in de ogen van sommigen. Echt waar: ik zit nog liever in een trein die niet rijdt, dan dat ik vast sta in de file.
  • reizen met de trein staat voor mij gelijk aan 2 uurtjes extra slaap per dag. Zeg nou zelf: dat wil toch iedereen?

Hoe ik hier op kom? De afgelopen twee weken was het weer eens ‘raak’ op het spoor: door een stroomstoring in Amsterdam reden er geen treinen en werkte ik noodgedwongen thuis (nou ja, zo erg is dat nu ook weer niet). Een week later kostte het mij bijna 2 uur om in Amsterdam te komen omdat er ergens een verstoring was. En terwijl ik dit schrijf, kijk ik naar (het restje van) de verjaardagstaart voor de kleine jongen die ik zaterdag heb opgehaald in Krommenie. Met de auto. Met mijn vader als bijrijder naast me, want alleen durfde ik niet.


5 reacties op ‘Love it, hate it

  1. Lees regelmatig je blogs. Ik zie je voor me en denk dan vervolgens: juh…….wat lijk je op je vader. Wel heel erg leuk Mireille. Maar zoals je het in je blogs ook weergeeft is het ook zoals het leven is en gaat. Ga door zoals jij je opstelt en voelt. Voor mij heel herkenbaar. Waarom herkenbaar………omdat ik je ouders ook hierin terug zie. Dus je hebt het niet van een vreemd. Bedankt voor je leuke persoonlijke verhalen.
    Agnes

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s