Mal du pays (deel ll)

Eigenlijk zou ik nu iets anders aan het doen zijn, in plaats van een blog schrijven. Vandaag zou in het teken staan van koffers inpakken, auto inladen en de allerlaatste boodschappen doen voor de vakantie. Ja, je leest het goed. Eigenlijk zouden wij morgen(avond) met de auto vertrekken richting Frankrijk. Maar zoals iedereen weet, zit dat er morgen helaas niet in.lavendelToen Nederland halverwege maart halsoverkop op slot ging, had ik ergens nog wel de stille (naïeve) hoop dat het wel los zou lopen. We hadden tenslotte nog zeker twee volle maanden te gaan voordat het zover was. Maar naarmate de tijd verstreek, werd duidelijk dat ‘begin juni’ wel heel ambitieus was.

Onze reisorganisatie riep mensen op om vooral niet zelf te bellen, “wij bellen u”. Maar omdat de datum van onze definitieve betaling akelig dichtbij kwam, nam ik toch maar contact met ze op. Een beetje huiverig wel, want ik was zeker zo’n ongeduldige mevrouw die niet luisterde naar het advies. Het gesprek was alles behalve vervelend, de dame aan de telefoon was juist heel erg vriendelijk en behulpzaam. Het eerste wat ze zei was: “Ik begrijp dat u onzeker bent en dat het vervelend voor u is.” Dat was eigenlijk het enige wat ik wilde horen. Net als bij de huisarts.

Ik kreeg de mogelijkheid om onze vakantie op voorhand te verplaatsen. Dus niet afwachten tot er geannuleerd zou worden, maar zelf initiatief nemen. Dat vond ik een fijn aanbod. De keuze op de camping (want ik wilde wel graag naar dezelfde camping) werd steeds beperkter, dus ik kon er maar beter op tijd bij zijn. Want ja, een vakantie in Frankrijk heeft nog steeds de voorkeur.

Inmiddels is onze reis dus verplaatst en zitten we dit weekend (en de komende twee weken) in het troosteloze weer in Nederland. Enig geluk hebben we wel, want ook in de streek waar we naar toe zouden gaan (voor het eerst niet het zuiden, maar de westkust) is het op dit moment regenachtig. Geluk bij een ongeluk, kun je bijna zeggen.

Ik hoef inmiddels niet meer uit te leggen hoe sterk mijn liefde is voor het land. Iemand hoeft alleen maar ‘Provence’ te zeggen en ik ben al in de zevende hemel. Zoals gisteravond. In de uitzending van het tv-programma BEAU zat voetballer Memphis Depay, die bij Olympique Lyon speelt. Er werden beelden getoond van hem in actie bij de Franse club, inclusief voetbalcommentaar in het Frans (“Memfies Depaai-euhh!”). Ik raakte direct helemaal in katzwijm, ik vind de taal zó mooi.

De afgelopen tijd heb ik het Franse nieuws op de voet gevolgd, inclusief de persconferenties. En om er zeker van te zijn dat ik het allemaal wel goed had begrepen, las ik een dag later het Nederlandse verslag van een stel Nederlanders dat in Frankrijk woont. Ook in Frankrijk gaat ‘het’ de goede kant op en zijn er versoepelingen aanstaande. En als het nog iets beter gaat, gaan ook de grenzen voor buitenlanders weer open. Onze camping opent 13 juni haar deuren, dus in principe zou niets ons in de weg staan om eind augustus alsnog richting La Douce France af te reizen (tenzij de Belgen niet meewerken en we enorm moeten omrijden).

Zoals onze premier gisteren zei, is het allemaal nog allesbehalve zeker. En ook al gaan de grenzen en de landen open, dan nog zouden ze ook zomaar weer dicht kunnen gaan. Toch heb ik wel weer nieuwe, stille (misschien iets minder naïeve) hoop dat het wederom los zal lopen.

Wij verblijven op de camping in onze ‘eigen’ stacaravan met eigen sanitair. Naar een restaurant of terras doe je met twee kleine kinderen ook niet elke dag, dus dat zou ik prima kunnen missen. En ik denk dat zelfs de kleine jongen het zou begrijpen als we niet zomaar ongedwongen naar het zwembad kunnen gaan. Als we maar even weg zijn uit Nederland. En mocht het toch anders lopen, dan gaan we een historisch moment beleven. Dan gaan wij namelijk voor het eerst onze zomervakantie in eigen land vieren.

Maargoed, voorlopig wil ik daar nog even niet aan denken. En als iedereen zich gewoon nog even aan de maatregelen houdt en niet massaal gaat lopen schreeuwen op een plein in Amsterdam (hoe groot dat recht ook is), dan wordt het leven in Nederland misschien ook wat sneller weer normaal.

Want ik hoop toch echt dat de kleine jongen tot de zomervakantie weer gewoon naar school kan, zonder dat de versoepeling weer wordt teruggedraaid. En het thuiswerken bevalt inmiddels heus wel prima, maar het videobellen ben ik af en toe ook best wel beu. Laat staan het reizen met de trein. Ik mag dan wel mondkapjes in huis hebben, het is niet mijn bedoeling om die op zeer korte termijn te gaan dragen.

Terug naar Frankrijk. Want nog liever dan bovenstaande hoop ik dat we dit jaar gewoon weer kunnen genieten van elke dag croissants en baguettes eten. Van de hele dag “bonjour” en “merci” zeggen. Van slenteren over (Provençaalse) markten en genieten van de lavendelgeur. Van struinen door gigantische supermarkten, wat al een dagje uit op zich is. Van barbecueën in bikini en elke dag ijsjes eten. Gewoon omdat het weer kan.

Overigens heb ik binnenkort nog wel een leuk nieuwtje dat te maken heeft met Frankrijk. Daar zeg ik nu nog even niets over, wordt vervolgd…


3 reacties op ‘Mal du pays (deel ll)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s