Ode aan Mr. Bruce

Dinsdag 13 juli heb ik één van de moeilijkste beslissingen ooit moeten nemen. Na tien liefdevolle jaren moesten we Bruce laten gaan. Het ging niet meer, hij was op. Hoog tijd dus voor een eerbetoon aan ons poezenkind.

Tien jaar geleden kwam Bruce als Pjotr in ons leven. Het was liefde op het eerste gezicht in het dierenasiel in Hoorn. Hij was toen al twee jaar. Wij hadden net een nieuw huis (ons eerste huis), inclusief nieuwe inboedel. Een kitten zagen we daarom niet zitten, want die zou binnen no time in de gordijnen hangen. Het werd dus Pjotr, die op straat gevonden was met allerlei gezondheidsklachten. Maar hij was aanhankelijk zeiden ze, en dat sprak ons wel aan. Wie wil er nu geen gezellige schootkat? Pjotr werd al gauw omgedoopt tot Bruce. Vernoemd naar één van de (klein)kinderen uit de Belgische tv-serie ‘De Pfaffs’.

Een kat uit een asiel halen kost geld. Ze lappen het dier immers helemaal op, geven hem/haar een chip en zorgen dat alle inentingen in orde zijn. We mochten 60 euro afrekenen voor Bruce. Mijn wederhelft kreeg na afloop het pinbonnetje mee. Soms, als we het zogenaamd niet eens werden over wie Bruce eten moest geven of de kattenbak verschonen, zei ik wel eens gekscherend: “Het is jouw kat, jij hebt hem betaald”. We konden er allebei om lachen.

Bruce bleek inderdaad een heerlijke knuffelkat. En door zijn dikke vacht kon je hem uren aaien (en borstelen!). Die enorme vacht heb ik altijd als excuus gebruikt voor zijn omvang. Ooit woog hij meer dan 6 kilo, dat is best veel voor een kat. Hij kreeg daarom van vrienden de bijnaam ‘De Unit’. Maar zelfs de dierenarts zei eens “het is ook gewoon een grote kat van zichzelf”. Overigens werd Bruce wel voor meer uitgemaakt, zoals ‘schele’. Boos kijken kon hij ook goed, maar hij was het zelden.

Bruce mocht (vooral van mij) alles in huis. Hij was een soort koning van het gezin, die het liefst zo hoog mogelijk op zijn troon (krabton) zat. ’s Nachts sliep hij bij ons op bed. Soms naast mijn hoofdkussen, vaak bovenop mijn wederhelft. Maar meestal aan het voeteneinde. Bruce had alleen de eigenaardige gewoonte om ’s nachts per se naar buiten te willen. Wij hebben geen kattenluikje, dus ik liet mij elke nacht slaapdronken naar beneden dirigeren om meneer vervolgens naar buiten te laten. Ik leek wel gek (en was het ook).

En er waren meer dingen die ik deed, waarvoor ik door anderen voor gek werd verklaard. Zo ben ik tijdens meerdere jaarwisselingen even voor 00.00 uur naar huis gegaan als we bij vrienden waren, om ons poezenkind gerust te stellen tijdens het vuurwerkgeweld. Dat hielp natuurlijk niets, want Bruce had zich allang verscholen onder ons bed.

Bruce achterlaten tijdens onze vakanties vond ik altijd ontzettend moeilijk. Katten hebben het namelijk áltijd door als je gaat. Ze kruipen dan ineens in je koffer, lopen meer dan normaal in de weg, of plassen in huis. Gelukkig was hij in goede handen, namelijk bij mijn vader. Die net zo gek is van katten als ik. Hij ging gerust tijdens een van zijn ‘rondes’ bij ons in huis zitten. Film aan, Bruce op schoot. Ik wist dus dat er goed voor hem gezorgd werd. Net als door onze buren.

Niet alleen mijn ouders zijn gek van katten, mijn zus kan er ook wat van. Haar kat is ooit naar een ‘kittenparty’ geweest. Een soort babyshower, maar dan voor katten. Het is zelfs zó erg gesteld met ons, dat we met kerst ook cadeautjes voor de katten kochten. Namens de andere katten (ja, echt).

Toen de kinderen op komst waren, heb ik mij wel even zorgen gemaakt. Tijdens verjaardagen had Bruce al laten merken dat hij niet bepaald een kindervriend was. Hij was vooral bang voor die rondrennende wezens. De kleine jongen en dame liet hij dan ook niet graag dichtbij komen. Hij kwam pas naar beneden als zij ’s avonds allebei lagen te slapen. Pas de laatste paar dagen liet hij ze wel toe. Waarschijnlijk omdat hij de kracht niet meer had om te vluchten. Of misschien omdat hij vond dat ze wel afscheid mochten nemen. Ik hoop dat laatste.

Andere katten liet hij overigens wél in zijn buurt. Bruce was niet bepaald van het type ‘territorium bewaken’. En dus konden andere katten gewoon hun gang gaan in onze tuin (tot op zekere hoogte dan). Vooral met buurtkat Pip kon hij het goed vinden. Die vonden wij regelmatig op zolder of op onze slaapkamer. Bruce had haar absoluut niet geleerd dat ons huis niet haar terrein was. De goedzak.

Wat hij wel graag deed, zoals zoveel katten, is op de meest onmogelijke plaatsen gaan zitten/liggen. Op de laptop tijdens het werken, of op boeken tijdens het studeren. En sinds het thuiswerken verscheen Bruce ook regelmatig in beeld tijdens een MS Teams sessie met collega’s.

Sinds begin dit jaar kreeg Bruce ineens vage klachten. Hij ademde zwaar en leek soms zelfs naar adem te happen. De eerste stap naar de dierenarts in Obdam was snel gezet, maar al gauw bleek dat zij hem niet konden helpen. We werden doorgestuurd naar een dierenkliniek in Alkmaar, waar verschillende specialisten rondlopen. Zo ook een kattencardioloog (het bestaat), want Bruce had ook al jaren een hartkwaal (dat wisten we al). Misschien kwam zijn benauwdheid daar vandaan. Verschillende onderzoeken rijker en heel wat euro’s lichter, konden ook zij de oorzaak niet vinden. Maar met wat medicatie leken de klachten wel iets te verminderen. Tot die bewuste dinsdag.

Uit het niets was Bruce er ineens heel slecht aan toe. Hij at al een paar dagen niet en werd steeds magerder. Ooit woog hij 6,2 kilo, nu was er slechts de helft van over. Die bewuste dinsdag was ik hem de hele dag kwijt. ’s Avonds vond ik hem in de struiken bij de buren. Hij had het zwaar en ik besloot hem te laten liggen. De volgende dag stond namelijk al een bezoek aan de dierenarts gepland. Ik hoopte dat hij Bruce nog één keer kon oplappen.

Maar rond half elf ’s avonds belde de buurvrouw aan, met Bruce in haar handen. Ze maakte zich zorgen. Ik bedacht mij geen moment en belde de dierenarts. We moesten naar Stompetoren. Nog altijd ben ik geen held in autorijden naar onbekende plaatsen en al helemaal niet als ik overstuur ben vanwege een doodzieke kat. En dus haalde ik mijn vader op, die graag meeging.

De dierenarts gaf Bruce meerdere medicijnen als ‘boost’, maar waarschuwde wel dat hij de nacht misschien niet zou overleven. Op dat moment wist ik eigenlijk al dat het afgelopen was. Maar optimistisch als ik ben, hoopte ik op een wonder. Helaas bestaan die nog altijd niet en Bruce was er ’s ochtends niet veel beter aan toe.

Met lood in mijn schoenen ging ik ’s middags naar de dierenarts. En ook nu weer was mijn vader mee. We wisten allebei wat er zou gaan gebeuren, maar op het moment dat de arts het zei, kwam het nieuws toch als een klap. Het was beter om Bruce te laten gaan.

Ik mocht hem mee naar huis nemen. Zo konden de kinderen, mijn wederhelft, mijn ouders én de buurvrouw nog afscheid van hem nemen. Ik vond het verbazingwekkend hoe goed de kinderen het oppakten. Ze vonden het niet eng, waren niet geschrokken, maar juist heel erg geïnteresseerd. Vooral de kleine jongen vond het interessant en stelde héél veel vragen.

“Is Bruce dood?”
“Heeft hij een prik gehad?”
“Kan hij nog praten? En eten? En drinken? En slapen?
“Wordt hij nog wakker?”
“Gaat hij nu naar de hemel?”
“Dat is wel gezellig voor Danique en opa Wijnker, die kunnen dan met Bruce spelen.”
“Wordt Bruce nu opgezet?” (geen idee hoe hij aan dit woord komt…)
“Maar, nu hoeft buurvrouw Fleur niet meer op hem te passen in de vakantie…”
“Gaan we een nieuwe poes kopen?”
“Kunnen we dan een poes kopen die niet bang is voor kinderen?”
“Ik heb al een naam voor de nieuwe poes.”

Die heerlijke eerlijkheid van de kleine jongen maakte de situatie een stuk dragelijker.

Al snel had ik besloten om Bruce te laten cremeren bij het Dierencrematorium Heerhugowaard. Hij verdiende een waardig afscheid. De kleine jongen was mee en we kregen de tijd om Bruce rustig achter te laten. Zijn as is inmiddels uitgestrooid over een veldje, samen met andere katten.

Vlak daarna gingen we op vakantie. Dat lijkt misschien een fijne timing, maar niets is minder waar. Ik had namelijk geen tijd om te wennen aan zijn afwezigheid. Het besef kwam dan ook keihard binnen toen we bij thuiskomst niet werden opgewacht door onze harige vriend. En dat gevoel werd nog eens extra versterkt door de drie condoleancekaarten die ik uit de stapel binnengekomen post haalde.

Als je geen kattenliefhebber bent, en/of nooit huisdieren hebt gehad, dan vind je dit misschien allemaal wat overdreven. Dat kan. Maar Bruce is tien jaar lang onderdeel geweest van ons gezin. En iedereen die mij een beetje kent, weet hoe gek ik op hem was. Als ik mezelf moest voorstellen op het werk zei ik standaard: “Ik woon in Obdam, met mijn man, twee kinderen en een kat.” Afscheid nemen is dan gewoon heel erg verdrietig. Ik had hem namelijk nog wel tien jaar bij ons gegund, maar het mocht niet zo zijn.

Na afloop bij het crematorium mocht ik de kosten per pin afrekenen. En ook nu weer kreeg ik het bonnetje mee.

Dag lief, knap vriendje.


Een reactie op “Ode aan Mr. Bruce

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s